Kakkerlakken, motten en vuurvliegjes

Nadat we de meeste kakkerlakken verjaagd hebben en onder onze klamboe kruipen, blijkt dat de kamers in Hotel Rosa ook vlijtig gebruikt worden om de buitenechtelijke escapades van half Asunción in af te wikkelen. De stad heeft een klein historisch centrum en een aantal interessante musea. De meeste musea in Paraguay zijn gratis te bezoeken. Een leuke manier om meer te ontdekken over de historie van Paraguay, de Guaraní en de franciscaanse en jezuïtische reducties, de Chaco-oorlog met Bolivia en de Oorlog van de Drievoudige Alliantie met Brazilië, Argentinië en Uruguay, al wordt onze spaanskennis wel op de proef gesteld. In Asunción wisselen de gewone wijken en de sloppenwijken elkaar bijna willekeurig af, maar zijn we pas echt verbaasd als blijkt dat het plein voor de kathedraal sinds een aantal maanden dienst doet als nieuwe sloppenwijk. Er worden druk houten balken, golfplaten en ander materiaal aangesleept en wij worden er door een voorbijganger op gewezen dat het misschien handiger is om de camera in onze tas te laten. Jammer, want de stad zou veel mooier kunnen zijn, maar ook tekenend voor de steden in Paraguay of misschien zelfs voor heel het land.

Met Asunción als uitvalsbasis besluiten we een aantal plaatsen van het Circuito de Oro te bezoeken. Het Circuito de Oro is een verzameling dorpen en kleine steden die vooral bekendheid genieten door het verschillende traditionele handwerk, maar ook van historisch belang zijn vanwege de vele franciscaanse reducties. Areguá is een heerlijke afwisseling na alle steden van de afgelopen dagen. Een klein rustig dorpje waar we een beetje relaxen aan de oever van het Ypacaraí meer om vervolgens Paraguays belangrijkste bedevaartsoord en religieuze hoofdstad Caacupé te bezoeken. Elk jaar bezoeken op 8 december honderdduizenden Paraguayanen de basiliek. De Basilica de Nuestra Senora de los Milagores is vooral groot en praktisch, maar mooi of elegant kunnen we het bouwwerk niet noemen. Er staan nog een aantal plaatsen op ons lijstje, maar aangezien de busverbindingen toch net iets minder handig zijn dan gehoopt besluiten we op de weg terug richting de hoofdstad San Lorenzo en Itauguá nog te bezoeken. Itauguá blijkt nog een klein mooi plekje met elegante gebouwen en lange colonnades die de straten een gezellige sfeer geven. In San Lorenzo is de mis net bezig en rennen er af en toe een paar kinderen naar buiten om popcorn te halen: één popcornkraam bij elk van de drie ingangen van de kerk.

En dan wordt het tijd eens te gaan kamperen. Zo’n drie uur zuidelijk van Asunción ligt het Parque Nacional Ybycuí met een aantal kleine watervallen, jungle, vlinders en een kampeerplek. Dus nemen we de bus naar Ybycuí waar we even boodschappen doen om vervolgens te ontdekken dat de ingang van het park 25 kilometer verderop ligt en er geen bus meer rijdt. Dus dat wordt lopen. En liften. En dat gaat nog best soepel. Na 5 kilometer te hebben gelopen krijgen we de eerste lift, we kunnen 10 kilometer mee. En na de volgende 5 kilometer lopen worden we door een stel reizigers die eerder het park bezochten opgepikt en naar de ingang gebracht. De terugweg zou min of meer identiek verlopen, maar wel in de stromende regen.

Het bezoekerscentrum van het park ligt er verlaten bij en er is rond de kampeerplek geen tentje te bekennen. De laatste auto vertrekt en wij hebben het park voor ons zelf. We kiezen voor een plekje onder een enorme cactus en zetten voor het eerst deze reis onze tent op. Een douche onder de waterval en een avondeten tussen honderden bonte vlinders maken de avond compleet. Als we de tent in kruipen blijken de vlinders plaats gemaakt te hebben voor motten. De hele tent zit vol met de mooiste exemplaren, gelukkig alleen aan de buitenkant. En behalve de volle maan verlichten ontelbare vuurvliegjes het regenwoud. ’s Nachts begint het te regenen en aangezien het bezoekerscentrum er de volgende ochtend nog net zo verlaten bij ligt besluiten we bepakt en bezakt twee routes door de Paraguayaanse jungle te lopen. We hadden gehoopt het grootste deel van onze bagage achter te kunnen laten. Als we zo’n vijf uur later besluiten terug te keren naar het dorp vinden we weer snel een lift van een vriendelijke local. In Ybycuí nemen we intrek in een kleine kamer en hangen onze natte kleren door heel de kamer om te laten drogen. We weten eigenlijk niet echt of alles nou zo nat is van de regen of het zweet.

6 thoughts on “Kakkerlakken, motten en vuurvliegjes

Laat een reactie achter op marjan Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *